Maleisie deel 1

Toevallig konden we een concurreernde touringcar aanhouden, die ons aan de rand van de snelweg in de buurt van Malakka wilde afzetten. Gelukkig wilde een Maleis me meenemen, zijn vriend kwam hem ophalen. We verstonden elkaar totaal niet, en hij reed een donkere buurt in, in het middel van een moesson. Die regen midden in de nacht had als nadeel dat je geen drempels kon zien, waardoor we op de achterbank in het kleine auto’tje regelmatig tegen het dak aanzaten, en er vast een stuk van de onderkant van de auto werd afgeschraapt. De malay stonden er op me recht voor het hostel af te zetten, het hostel voor me te bellen en na een half uur zetten ze me trots voor het hostel af (ik mocht zelfs m’n eigen tas niet dragen, alleen de lichte rugzak). Wat een topmensen! Echt supervriendelijk. En het mooie is dat dat geen incident is. Elke malay is diep in westerlingen geïnteresseerd (en ziet je daarna niet als wandelende portemonnee), ze kijken je na op straat en als ze Engels kunnen spreken ze je aan. Als ze geen engels kunnen spreken ze je ook aan, en krijg je vaak iets als: ‘Robie vn Purs, good player, good player!’ wat een leuke mensen. Singapore zou ik in sommige dingen goedkoop noemen. In vergelijking daarmee is Maleisie dirtcheap. Heerlijk hoeveel je voor 10e kunt regelen. Ik voel er bijna (maar niet helemaal) schuldig over. Het heeft iets neo-koloniaals. Hier heb je een paar glimmende kraaltjes.. Het mooiste is nog dat je bijvoorbeeld voor een dierentuin die 6 ringgit kost (1,50) nog je studentenkaart kunt laten zien, scheelt toch weer 50 cent. Ik weet nu zeker dat een paar lezers me naïef vinden, want: dat weet toch iedereen dat die landen goedkoop zijn?! Toch is het ervaren anders.

Goed, ik zat dus in het hostel, en ontmoette meteen de eerste Nederlamders ‘in het wild’. Er schijnen hordes van door Maleisie te trekken. De dag zelf ben ik naar onze koloniale overblijfselen geweest. Midden in de stad staan grote roze gebouwen, die zijn van ‘ze Dutch’. We hebben Malakka van de Portugezen afgepakt, het 170 jaar gehouden en toen geruild tegen een stukje oerwoud met de Britten. Toen we het in handen kregen hebben we alle Portugese gebouwen vernietigd. De engelsen waren minder rigoreus, maar hebben alles roze geverfd. Er is echt nog veel over van het oude Nederland. Denk aan munten, schilderijen en veel verhalen. Wij zien onszelf meer als slimme handelaren die een handelspost wilden neerzetten in een moeras, de Malay beschrijven ons echter meer als harde onderdrukkers, die altijd verdragen met iedereen sluiten en alles tegen elkaar opzetten, maar niet ook maar een afspraak nakomen. Het leukste vond ik nog wel een protserig molentje dat we voor het ‘Stadhuys’ bij Jonker straat (naast Herenstraat) hebben neergezet. Het molentje heeft een onweerstaanbare aantrekkingskracht op Aziatische stelletjes, hordes ervan gaan knuffelend op de foto ermee. Naast heineken maakt dat je toch trots op Nederland ;-). Typisch Malakka’s zijn verder Tricksia’s, bakfietsen versierd met bloemen en rare dingen, die keiharde muziek uitbraken.

Die avond ben ik met een Australier en een Amerikaan naar de grote Jonkermarket geweest, waar we allerhande vreemd eten en karaokende Chinezen tegenkwamen. Verder hebben we bij een normaal woonhuis bier gehaald en lekker in het hostel gerelexed. Top.

De dag erna ben ik met een Zuid Koreaan naar een dierentuin gegaan. Erg leuk om hem te spreken, een slimme gast, die in een totaal andere cultuur leeft. Hij is even oud als ik, maar mag totaal geen eigen keuzes maken. Totaal anders dan bij ons. Verder hebben we spelletjes gedaan met een aantal mensen in het hostel.

De volgende dag was het al weer tijd om naar KL te vertrekken. Een snelle twee uur durende busrit bracht md naar het hostel. KL is een rare stad. De hoofdstad van Maleisie, een derdewereldland dat trots is en zich graag laat zien. Zo zie je bijvoorbeeld de zeer hoge en mooie Petronas Towers, naast een paar bouwvallen, zwervers en gaten in de weg. De twee hostels waar ik bleef waren minder spannend. Veel Japanners en Chinzen. Het rare is dat je die veel ziet reizen, maar naast de echte highlights heel weinig ziet doen. Toch zonde om de hele dag te internetten als je in een ander land bent.

In KL ben ik meer aardige Malay tegegekomen. Een jongen zag me in een niet toeristisch deel van de stad rondlopen, rende naar me toe om ‘welcome to Malaysia’ te zeggen. Verder is het nationale(istische) museum een aanrader. Totaal vanuit Malay perspectief geschreven wordt de vloer aangeveegd met allerhande landen en volken om hen heen, en wordt hun eigen rol in de geschiedenis nogal overdreven. Toch leuk om te zien. De Engelse jongen met wie ik een paar avonden optrok moest zelfs met een aantal families op de foto, reus dat hij was met 1,90! Ook ben ik uitgeweest een avondje, maar je hebt eigenlijk alleen backpacker cafes. Malay gaan als redelijk moslimland niet teveel uit, of het moet op een beetje Turkse manier zijn (op het terras zitten de hele avond).. Verder is er over KL niet heel veel te melden, ik zit daarom nu ook in een krakende en piepende bus naar de Cameron Highlands, waar het met 20c heerlijk koel is, en waar op de heuvels heerlijke thee groeit.