Maleisie deel 2

Slechts vier uur in de bus zou prima zijn. Helaas zag ik ook hier de chaffeur op zijn banden kloppen. Na een uur stonden we weer langs de weg en moest hij zijn band vervangen. Er kwam een bus langs van een concurrent met 1 vrije plaats. De Malay stonden er allemaal op dat ik die zou nemen. Ik heb niet lang geprotesteerd en had dus maar 1 uur vertraging. De malay moesten nog drie uur langer wachten.

Via werkelijk ijzingwekkende slingerweggetjes compleet met afbronkelend asphalt zonder railingen kwamen we dus aan in Tana Ratah, een klein resortstadje in het midden van de heuvels op 2000 meter. Ik bleef daar in een hostel dat werd gerund door supergrappige Engelse oude vrouwen. Eerst ben ik met een Engelse timmerman uit gaan eten. We hebben een stoomboot gehad. Dit is een pan met heel hete soup, waarin je vleesjes kunt dopen. Lekker! Daarnaar ook wat verschillende Aziatische biertjes geprobeerd, die allemaal maar matig smaken (behalve Thais Singabier waar ik later pas achter zou komen).

De lieve Engelse vrouwtjes hadden ons een spoedcursus overleven in de jungle gegeven, plus laarzen, ovelevingsstrategien en verhalen over geesten die je zouden aanvallen als je vloekte (mijn sarcastische vraag of die geesten ook Nederlandse scheldwoorden verstonden kostte ze enig nadenken, ik moest het maar niet proberen).

Die volgende dag ging ik met de Engelse jongen met een landrover mee naar een jungletrekking/sightseeingtour. Het was stoer om een uur offroad te rijden, daarna een tijd te hiken (sommige Engelse vrouwen deden dit op slippers, wat nogal wat glijpartijen tot gevolg had, gelukkig liepen wij achteraan zodat we alles konden zien. Ook kwamen we erachter dat lianen echt bestaan, je kunt ermee een berg afslingeren). Hierna hebben we de grootste bloem gezien die er bestaat (niet zo boeiend) en hebben we theeplantages bezocht. Die zien er echt supermooi uit. Ook hebben we een semi inheems dorpje bezocht. Hier leefden semi nomadische indianen, die redelijk vriendelijk probeerden te doen. Een klein jochie die ‘Money Money’ riep toen we langskwamen werd dan ook snel naarbinnen getrokken. De indianen leerde ons schieten met een grote blaaspijp. Iets wat echt stoer was (zelfs ik was er vrij goed in, dat speelt natuurlijk mee).

De volgende dag moest ik weer terug naar KL, vier uur in het zuiden. Er is namelijk nauwelijks een mogelijkheid om via de Cameron Highlands bij mijn volgende bestemmingen te komen: ik had namelijk even genoeg cultuur en grote steden gezien, en wilde wat anders. Zowel duiken als feesten stonden nog op het programma. Ik ben daarom terug naar KL gegaan, en heb vanaf daar een vliegtuig gepakt naar Bangkok, de hoofdstad van Thailand, op twee uur vliegen vanaf KL. Ik zou daar drie dagen blijven en dan doorreizen naar een eilandje in het zuiden van Thailand, een wereldberoemd duikeiland. Na eerst toch nog een paar dagen in Bangkok doorgebracht te hebben.